Rennen en door het ijs zakken

Door het ijs gezakt

Ik ren door de polder en sla linksaf, langs de weilanden. De grond is bevroren, her en der liggen wat plassen bedekt mdoor het ijs gezaktet ijs. Voorbij de bocht vraag ik me af of het slim is, maar ik besluit door te rennen. Ik denk dat het wel goed komt. Snel door rennen, zo veel mogelijk om die ijsplassen heen. Tot ik tot mijn enkels in het ijskoude water sta. De ijslaag had een groot stuk drassig land bedekt. Ik had niet goed opgelet. Ik had niet vooruit gekeken. Ik ben door het ijs gezakt.

 

Niet onder de oppervlakte kijken

Ik begeleid een patiënt bij een consult. We hadden het consult voorbereid. Ik weet wat er speelt, welke vragen gesteld moeten worden. Ik weet echter ook dat deze patient het heel moeilijk vindt om alles open te bespreken. Schaamte, angst om voor klager of hypochonder aangezien te worden, denkend dat er toch niets aan gedaan kan worden, dat als je het niet bespreekt het er ook niet is. Talloze redenen om te zwijgen.
In de voorbereiding had ik geprobeerd ik te motiveren: “als jij niks zegt, weet de dokter het niet, kan de dokter er ook niets aan doen en blijf jij er mee rond lopen. Ze zijn echt wel wat gewend hoor, die dokters”.

De specialistisch verpleegkundige opent het gesprek: “hoe gaat het met u?” “Goed hoor, wel… ja, ach…” De verpleegkundige voelt wel dat zij wat moet door vragen. En krijgt inderdaad een paar klachten boven tafel. Die vervolgens weer afgezwakt worden “maar dat kan toch ook komen omdat ik verkouden was, er heerst zo veel”. De verpleegkundige staat op “ik denk dat ik genoeg weet, ik ga de dokter er bij halen”.
Dan kom ik tussenbeide: “ik denk dat u nog even moet blijven zitten. Er speelt nog veel meer.” We kijken beiden naar de patient, maar deze blijft stil. Ik twijfel tussen eigen regie, eigen verantwoordelijkheid enerzijds en overnemen anderzijds. Ik kies een middenweg: ik begin een zin en zwijg bij het cruciale stuk, de patient aankijkend. Na een stilte vliegt het hoge woord er uit. “Wat goed dat u dat vertelt! En wat vervelend voor u, zeg! Daar moeten we goed naar kijken. En u moet weten dat u hier alles kunt zeggen hoor. Daar zijn we voor en anders kunnen we u ook niet goed helpen, dan blijft u er mee rond lopen. Mooi, dan ga ik nu de dokter halen”

Ik vraag de verpleegkundige nog even te blijven zitten, vertel dat ik het nu toch echt even over neem en maak het hele verhaal compleet. Een waslijst aan bijwerkingen met fikse fysieke én psychische effecten. Later moeten we dit stuk nog eens herhalen bij de dokter; de patient vertelt namelijk nog altijd niet van harte. Samen met de dokter besluiten we de behandeling met medicatie flink te wijzigen. Nu nog hopen dat dit ook het gewenste resultaat geeft.

 

Hoe vaak ren jij?

Al rennend keek ik niet goed onder de oppervlakte. En zakte door het ijs. Als een zorgprofessional rent en niet goed onder de oppervlakte kijkt zakt niet alleen hij/zij zelf door het ijs, maar de patient ook. Hoe vaak ren jij?

 

Meld je aan voor mijn nieuwsbrief en blijf op de hoogte

 

én

 

Deel deze pagina via Social Media