Kijken maar niet békijken

Op Utrecht Centraal stap ik de trein uit en wordt mijn blik direct naar een man getrokken. Hij heeft een raar loopje. Dan zie ik dat zijn benen spastisch zijn. In een reflex kijk ik weg. Je herkent dit vast.

 

Wat is dat nou toch? Ik kijk graag om me heen, zie graag de mens. Je kunt me ook tegen komen terwijl ik oogcontact met je zoek en je toe lach. Ik weet dat je terug zult lachen. Zo werkt dat namelijk, je spiegelt wat je krijgt. En zo’n lach-spiegel geeft veel vrolijkheid.

 

Terug naar die man. Waarom die reflex van wegkijken? Ik zie ook het zo vaak bij onze dochter gebeuren. Kinderen die nieuwsgierig naar haar kijken. Ze worden “gecorrigeerd” door hun ouders: niet doen, is niet netjes. Of mensen die tersluiks kijken, net doen alsof ze niet kijken.

 

Maar natuurlijk kijken ze: onze dochter is ook bezienswaardig. Een 12jarig meisje in een grote rolstoel met allerlei toeters en bellen zoals een zuurstoffles. Dat is afwijkend en valt dus op. En toegegeven, wij pimpen haar rolstoel expres op, tot “kinderlokker”: laat die kinderen maar komen kijken en -dat vooral- vragen stellen! Onbekend maakt onbemind, ergo bekend maakt bemind, althans zo hopen wij. De vragen die kinderen dan stellen zijn zo heerlijk ontwapenend en oprecht nieuwsgierig! Variërend van “wat is er met haar?” tot “wat is haar lievelingseten?” of “hoe droomt ze dan?” (Lees meer over –onder andere- dit soort vragen in mijn e-Boekje “Uitgesproken Floor: citaten in en over het leven van Floor”

 

Ontwapenend, oprecht nieuwsgierig kijken, zien. Het is zo mooi, kan zoiets moois tot stand brengen… En toch is de reflex van de volwassene snel wegkijken. En dat niet alleen, ik hoor het zorgvragers ook zo vaak zeggen “mensen kijken zo naar me” en dat ervaren ze als storend. Tegelijkertijd willen ze wel gezien worden. Een paradox: wél zien, maar niet kijken. Wel gezien, maar niet bekeken worden.

 

Het knelpunt is duidelijk: de een wil gezien, maar niet bekeken worden; de ander wil kijken maar niet békijken. De crux zit in acceptatie. Als de een nou accepteert dat hij gewoon afwijkt en de ander accepteert dat diegene gewoon een mens is dan kunnen we naar elkaar kijken en elkaar zien: mensen onder elkaar.

 

Kunnen we tijdens de carnaval meteen goed oefenen! Een oom in mijn schoonfamilie had ooit de briljante Carnavalskraker “kèk’s of ze kèkt, en as ze kèkt nie kèke” Ik bekijk het allemaal wel, zeker in Oeteldonk!

 

Meld je aan voor mijn nieuwsbrief en blijf op de hoogte

 

én

 

Deel deze pagina via Social Media