Dame in de war

Bij de apotheek wacht ik op mijn beurt. Vóór mij helpt de apothekersassistent een oudere dame. “Bent u bekend met de werking van deze pijnstiller?” “Ja hoor, dat heeft de dokter mij allemaal uitgelegd” “Oké, En gebruikt u nog iets naast deze pijnstiller?” “Ja, paracetamol” “hoe vaak neemt u paracetamol?” “Toch wel iedere dag. Maar dat mocht van de dokter, hoor”

 

Let nu op het belang van de kunst van het doorvragen (ook al “mocht het van de dokter”): “ja, nou, dat klopt misschien wel, maar hoe veel tabletjes paracetamol gebruikt u dan per dag?” “Dat hangt er van af, dat verschilt per dag.” “Kunt u een schatting geven?”  “Nou, eens denken… Soms 6, meestal 8 en soms heb ik er 10 nodig” “Naast de tramadol, de pijnstiller die u dus ook gebruikt?!” “Ja, maar het is niet iedere dag 10 hoor. En de dokter had gezegd dat ik ook paracetamol mocht nemen als ik voel dat dat nodig is” “maar mevrouw, zo veel paracetamol is niet goed voor u, en bovendien lijkt dit dan ook niet de juiste pijnstilling voor u. Weet u hoe het allemaal werkt? Hoe gebruikt u die tramadol? En wanneer slikt u dan die paracetamol ?” Deze hoeveelheid vragen, waarschijnlijk voortkomend uit de verwarring en verbazing bij de apothekersassistent brengt de oude dame op haar beurt in de war. Ze krijgt in deze verwarring een uitleg over de werking van tramadol en paracetamol en het advies dit te bespreken met haar dokter. Mevrouw verstaat echter “dochter” en vraagt wat die er mee te maken heeft. Dan krijgt mevrouw te horen dat het voor een goede behandeling van haar klachten toch heel belangrijk is dat haar dokter precies weet wat mevrouw gebruikt aan medicatie. “Oooh, de dókter! Goed hoor, dat zal ik doen” Mevrouw krijgt haar medicijnen mee, de assistente drukt haar nog een keer op het hart met de dokter te gaan praten en zo loopt mevrouw de winkel uit.

 

Ik vraag me ernstig af óf, wannéér en wát de dame met haar dokter gaat bespreken.

 

Wat begint als een scherpe observatie van de apothekersassistente levert belangrijke informatie over het medicijngebruik van deze dame op. Met haar aanhoudend doorvragen brengt de assistente een risico voor de veiligheid van deze patiënte aan het licht. Haar advies het medicatiebeleid door te spreken met de dokter is ook terecht. Helaas mist dit alles het doel van patiëntveiligheid. De dame loopt immers met alle medicatie de deur uit en Joost mag weten wat ze er mee gaat doen.

Het is blijkbaar verwarrend voor deze mevrouw, al die medicijnen en bijbehorende adviezen. En zij is beslist geen uitzondering hierin. Maar korte lijntjes raken niet zo snel in de war. Wat zou het opleveren als de assistente zelf direct contact op kan nemen met de betreffende dokter. Samen telefonisch even het medicatiebeleid en -gebruik van deze dame door spreken en bij stellen? Deze dame niet zo maar de deur uit laten gaan; eerst helderheid scheppen. Hoe veel winst in zorgkwaliteit en patiëntveiligheid kunnen we behalen als apotheker(sassistente) en dokter zo samenwerken dat in dit soort situaties direct geschakeld kan worden? Ook hier geldt de kracht van dialooggestuurde zorg!

 

 

Meld je aan voor mijn nieuwsbrief en blijf op de hoogte

 

én

 

Deel deze pagina via Social Media